“Graankeuken” opent met een treffende observatie: graankorrels gedijen niet onder haast of druk. Al duizenden jaren vormen granen een constante in de menselijke voeding, van eenvoudige boerenkeukens tot vorstelijke tafels. Ze verbinden continenten en culturen en dragen sporen van eeuwenoude rituelen en tradities.
Het boek biedt een solide basis voor wie met granen aan de slag wil, maar geeft ook verdieping voor ervaren koks. Technieken als fermenteren, de WKW-methode (weken – koken – wellen), ontsluiten, eesten, kiemen en zelfs nixtamaliseren komen uitgebreid aan bod. De rode draad is helder: granen zo bereiden dat ze optimaal verteerbaar worden en daadwerkelijk voeden, met aandacht voor een gezonde spijsvertering.
Volkoren granen blijken rijk aan smaaklagen en bieden volop ruimte voor creativiteit in de keuken. “Graankeuken” fungeert daarbij als naslagwerk, gevuld met uitgebreide achtergrondinformatie en 150 vegetarische recepten die de veelzijdigheid van granen laten zien.
De reis door het boek voert langs dertig verschillende (pseudo)granen, van bekende soorten zoals tarwe, rijst en haver tot minder alledaagse varianten als eenkoren, Jobs tranen en fonio. Zo ontstaat een breed en inspirerend beeld van wat deze compacte korrels te bieden hebben: voedzaamheid, karakter en een toekomstbestendige plek in de keuken.



