“Bubala” zet vanaf de eerste pagina de toon: een keuken waarin groenten de hoofdrol krijgen en de smaken van het Midden-Oosten op een speelse manier samenkomen. Het boek laat zien hoe kleine gerechten, eenvoudige technieken en toegankelijke ingrediënten kunnen uitgroeien tot iets verrassends. Het boek bewijst dat vegetarisch koken geen vervanging in de vorm van nepvlees nodig heeft, maar juist kracht vindt in pure producten en slimme combinaties.
De gerechten variëren van gestoofde venkel met saffraan en harissa‑labneh tot knolselderij met gebakken kappertjes en een romige Café de Paris‑saus. Het zijn gerechten die uitnodigen om vaker met groenten te experimenteren, zonder ingewikkelde stappen of lange ingrediëntenlijsten. De Midden-Oosterse basis krijgt in “Bubala” regelmatig een Europese of Aziatische draai.





