“Natuur in je tuin” laat zien hoe een ogenschijnlijk rommelige buitenruimte verandert in een plek waar biodiversiteit de ruimte krijgt. Paardenbloemen, boterbloemen en brandnetels mogen blijven staan, terwijl hortensia’s en tegels plaatsmaken voor leven. Minder maaien en struiken die vrij mogen groeien zorgen voor een tuin die misschien minder strak oogt, maar juist duurzaam en rijk aan soorten wordt.
Een biodiverse tuin trekt vogels, vlinders en bijen aan en biedt ruimte aan inheemse planten die spontaan opkomen. Elke vierkante meter draagt bij aan het herstel van de natuur, of het nu gaat om een grote achtertuin, een balkon of een kleine geveltuin.
Het aantrekkelijke van deze manier van tuinieren is dat het weinig onderhoud vraagt. “Natuur in je tuin” richt zich niet op mensen die dagelijks harken of onkruid wieden. Voorbeelden van borders of uitgewerkte beplantingsschema’s ontbreken bewust. In plaats daarvan biedt het inzicht in de bloeiboog, het belang van inheemse soorten, de rol van bomen en het nut van regenwater opvangen.
Wie de natuur de ruimte geeft, ziet hoe snel een tuin verandert in een levendig ecosysteem.





